AFLEVERING 1  (5 april 2020)

Mijn hond ligt tussen de narcissen, wonderlijk genoeg koos hij een plek waarbij zijn grote lijf zo min mogelijk bloemen zou beschadigen. Het park aan het Statenbolwerk ligt er verlaten bij, maar het is dan ook nog vroeg in de ochtend. Een enkele wandelaar met hond passeert en groet vriendelijk, maar op afstand. Het onderlinge gebaar van hondenbezitters is als dat van motorrijders die elkaar onderweg tegenkomen, altijd een teken van erkenning. Je groet elkaar, want je weet dat jullie beide, als hondenbezitter zijnde, het besef hebben dat een hond je alles kan geven om de zwaarste tegenslagen in het leven aan te kunnen.

Eigenlijk wil ik op het bankje aan het water zitten, maar daar zit een man. Dat irriteert mij om meerdere redenen. De afgelopen dagen ben ik hem al vaker tegengekomen, hem groet ik niet.

In de eerste plaats heeft hij geen hond, bovendien heeft hij totaal geen oog voor de natuur en de rest van de omgeving. 

AFLEVERING 2 (11 april 2020) 

Ik zie hem wel driftig aantekeningen maken in een opschrijfboekje.  

Een houten doos, waar ik niet gelijk uit op kan maken wat erin zit, ligt naast hem op het bankje. Het doet mij een beetje denken aan een sigarenkistje, maar dan groter. Een grote thermosfles staat op de houten doos, voorzien van thee of koffie, althans dat vermoed ik.

Omdat hij op 'mijn' bankje zit, maar ook van geen wijken wil weten, ga ik maar aan de waterkant tegen een boom zitten.

De man blijft schrijven en kijkt af en toe nadenkend op.  Ik ken die blik, het zijn gedachten die op zoek zijn naar een vorm waarbij de woorden het ontstane beeld moeten zien te schetsen. 'Getver, een schrijver!' Ik grinnik op mijn eigen gedachte, maar ik meen het wel.

Ik vind de meeste schrijvers bijzonder interessant doen over hun werk, doorgaans in het algemeen een 'type mens' wat ik graag ontwijk. Want van interessant doen over een talent wat doorgaans 'verkregen' is, zie ik sowieso niet het nut om over op te scheppen.

AFLEVERING 3 (18 april 2020)

Mijn veroordelende gedachten worden onderbroken door wat jongeren die hun vrije tijd ook in het park door willen brengen.


Mijn 'collega' en ik kijken beiden ietwat verstoord op. Weg is de rust, door een groepje kinderen dat vroeger door mijn hoofdmeester steevast werd aangeduid met de term: 'jong en lui'. Destijds vond ik het bloedirritant, maar hoe ouder ik word, hoe meer ik het er stiekem mee eens ben.  

Het krijtbord was verdeeld in achttien vakken, elk vak had een nummer in de bovenhoek wat hetzelfde was als het nummer dat hoofdmeester de Jong ons had gegeven. Ik was nummer 'negen'. Dat vond ik leuk, want mijn verjaardag is op negen november. Dat was dan ook het enige leuke aan de achttien vakken, want verder stonden ze voor mij voor: mopperende stemmen en moeilijke gesprekken met mijn ouders. Het was de middag voor ouderavond, vanavond zouden mijn ouders een gesprek met meester de Jong hebben over iets wat hij 'voortgang' noemde. Ik wist niet wat dat betekende, maar eng klonk het wel. 'Jong en lui... de nummers één tot en met zes mogen naar voren komen.

Jullie krijgen allemaal twintig minuten om een tekening voor jullie ouders te maken, de rest gaat ondertussen zijn tafel poetsen met water en zeepsop en je vak netjes maken.' Het ouderavondgesprek zou voor mij niet veel goeds inhouden. Op gedrag en vlijt had ik historisch laag gescoord en volgens de hoofdmeester zou er dan ook 'niets van mij terechtkomen.'

AFLEVERING 4 (24 april 2020)

Rond kersttijd had hij mijn slechte cijfers met de rest van de klas gedeeld. Huilend was ik de klas uitgelopen waar ik werd opgevangen door meester Zeilstra. Hij leerde mij die dag een les waar ik nog steeds de waarde van inzie, maar op het moment zelf was dat een heel ander verhaal.

Mijn gebrek aan eerdergenoemde vaardigheden werd thuis uitvoerig besproken. De reactie van mijn moeder bestond uit woedend gesnuif en een mompelend 'Het zal ook weer eens niet.' Mijn vader kende, als geboren Fransman, het woordje 'Vlijt' niet en moest eerst een uitvoerige uitleg van mijn moeder aanhoren, alvorens hij mij een draai om mijn oren gaf.  Om dergelijke sancties deze keer voor te zijn had ik een tactiek bedacht. Het doel zou simpel en doeltreffend zijn. Ik zou mijn ouders versteld doen staan van mijn netheid en creativiteit.

'Paleaux, ophouden met staren en handen uit de mouwen!' Ik poetste het blad van mijn tafel blinkend schoon en het vak waar mijn blikken kleurpotlodendoos, schriften en groene vulpen met een doosje extra vullingen in lagen was keurig geordend. Peinzend staarde ik naar het bord en wachtte op een creatieve impuls.


De man op het bankje staart afwisselend van mijn hond naar mij, om dan weer driftig in zijn opschrijfboekje 'mijn' leven op te tekenen, althans zo lijkt het. Ik vraag mij af wat voor soort verhalen hij schrijft en wat er in godsnaam te vertellen valt over een man met een hond.

Als ik zo eens goed naar hem kijk, vind ik hem een beetje het type 'wiskundeleraar met een burn-out in het verschiet.' Zo'n man die lijnen kan tekenen maar daar geen liniaal voor nodig heeft, om dan met monotone stem de stelling van Pythagoras uit te leggen aan een klas vol hormonen.

Mijn irritatie gaat over in begrip. Je zal maar de hele dag voor een groep kinderen staan die overal interesse voor hebben, behalve voor jou. Dan zou ik ook, in mijn tussenuur, willen schrijven over een man en zijn hond, die lijken te wandelen zonder dat ze ergens naartoe onderweg zijn. Gewoon omdat het kan...

AFLEVERING 5 (1 mei 2020)

'Dat is niet gewoon, dat is ongewoon!' Meester de Jong zijn kalende kruin sloeg rood uit terwijl hij mij voor het bord vandaan sleurde. Op zijn eerdere vraag wat de reden was voor mijn schandelijke daad, was mijn antwoord kort en bondig. Al schouders ophalend mompelde ik 'nou gewoon'.

Zijn bevleugelde uitspraak knalde door het klaslokaal en de grote liniaal met in het midden een handvat knalde even hard tegen mijn billen. Tien minuten eerder stond ik nog met een krijtje in mijn hand een bergpas met kabelbaan te tekenen.

Een beeld wat ik kende van onze vakantiereis naar Frankrijk. Vogels vlogen rondom het hangende karretje in de kabelbaan en uit de kleine huisjes op de bergen kringelde rook uit de schoorsteen.  Een prachtig plaatje in mijn hoofd, alleen dramatisch qua uitvoering. Hoezeer ik ook mijn best deed, het krijtje in mijn hand leek wel een eigen leven te leiden en de tekening op het bord leek in niets op de prachtige voorstelling in mijn hoofd. Nou was dat op zich niet zo'n probleem geweest als de tekeningen aan weerszijden van mijn vlak met nummer negen er niet prachtig uit hadden gezien.

Links zag ik een prachtige luchtballon, die over de daken van een huis met rode dakpannen weefde. Aan de rechterkant steigerde een paard in het weiland bij de ondergaande zon. Mijn bergpas had meer weg van een onregelmatige hartslag die zijn einde naderde en de kabelbaan met bijbehorend karretje vertoonde meer gelijkenissen met een glimlachende mond met één enkele tand.

'Paleaux, afronden! De volgende artiesten mogen hun kunsten op het bord vertonen.' Ik keek naar de kruin van meester de Jong en zag mijn kans schoon. Met mijn mouw veegde ik vlug het cijfer elf van mijn buurvrouw weg en zette met 'schoolmeestershandschrift' een negen bij het springende paard, mijn kabelbaan tekening kreeg het cijfer elf. Voorzichtig stapte ik van het krukje, maar verloor mijn evenwicht, waarbij de mouw van mijn trui een krijtspoor op de trui van meester de Jong achterliet. Hij klopte het witte krijtstof van zich af en zag mijn hoofd rood kleuren.

Zijn blik gleed over het bord met de tekeningen, toen naar de mouw van mijn trui, om bij mijn rode hoofd te eindigen. Ik had mijzelf verraden en hij rammelde mij stevig door elkaar. 'Vervelende jongen... Hoe durf jij zomaar een tekening te stelen!?

AFLEVERING 6

Het is tijd voor een drinkpauze, de wiskundeleraar schroeft de dop van zijn thermosfles los, schenkt zichzelf, naar nu blijkt, koffie, in en neemt een slok. Gelukzalig sluit  hij voor even zijn ogen.

We kijken beide toe hoe mijn hond een libelle van het leven probeert te beroven. Hij faalt gelukkig overduidelijk en glimlachend kijken de wiskundeleraar en ik toe, hoe hij aan de waterkant staat te blaffen terwijl het kleurige insect boven het water een perfecte imitatie van een helikopter uitvoert. 

De houten doos wordt geopend en hij neemt een puntenslijper ter hand, waarna enkele potloden van een punt worden voorzien. Tijdens het slijpen van de potloden kijkt hij met samengeknepen ogen toe, tot de punt in zijn optiek perfect is.


AFLEVERING 7 (16 mei 2020)

Meester de Jong zat mij met samengeknepen ogen te bekijken. Ik zat afwisselend op mijn linker en rechterbil, omdat het door de klap met de liniaal voelde alsof ik in de brandnetels had gezeten.  'Paleaux, stop met wiebelen!' Een puntenslijper vloog naar mijn hoofd en ik kon hem nog net ontwijken.

Met de ouderavond in het vooruitzicht hoefde ik niet na te blijven en baalde ik dat de busrit naar huis niet langer duurde. Ik kreeg uitstel van executie, er was vanuit school niet naar mijn ouders gebeld, ik denk omdat meester de Jong had besloten dat hij mijn ouders tijdens het 'tien minuten gesprek' wel even zou vertellen wat hij met mij te stellen had gehad die dag. Ik hield mij tijdens het avondeten zo stil mogelijk en bij het Bijbellezen lette ik extra goed op, zodat ik 'het laatste woord' kon benoemen als mijn moeder daarom vroeg.

Na het Klokhuis ging ik direct naar bed maar kon de slaap niet vatten. Met mijn zaklamp las ik in mijn Suske en Wiske stripboek en keek om de paar bladzijden naar mijn wekkerradio.

De uren leken wel voorbij te kruipen toen ik de Ford Sierra van mijn ouders weer op de oprit hoorde. De achterdeur ging open en twee paar voetstappen liepen over de gang, richting de trap........Ik gooide vlug mijn stripboek op de stoel naast mijn bed, legde de zaklamp erbovenop en deed alsof ik sliep.


AFLEVERING 8 

Ik vind het nogal een wonderlijk verzoek van de wiskundeleraar, maar door verbazing overmand voldoe ik aan zijn verzoek. In hoeverre een liggende hond moest bijdragen aan zijn schrijfkunsten was mij een raadsel. 

Zijn opschrijfboekje blijkt een tekenboekje te zijn, gevuld met strakke lijnen, mooie kleuren en uitpuilend van talent en ruimtelijk inzicht. Het zijn tekeningen die mij ontzettend bekend voorkomen, maar het direct plaatsen lukt mij niet. Op de laatste bladzijde zag ik mijzelf zitten, met een ruwe versie van mijn hond naast mij. 


AFLEVERING 9  

Ik schud hem de hand en stel mij voor... 

We praten over ons werk en ik vertel hem over mijn compleet verkeerde inschatting van zijn beroepskeuze als 'wiskundeleraar'.  Hij bestudeert zichzelf grondig en mompelt:

Om de pijn van mijn belediging te verzachten geef ik hem een welgemeend compliment over zijn werk 

Hij lacht en ik zie op de mouw van zijn jas wat schaafsel van de pas geslepen potloden zitten


AFLEVERING 10 (SLOT) 6 juni 2020